Nieuws

DGA geen pleger van het niet doen van aangiften van de eigen vennootschap

Afbeelding voor DGA geen pleger van het niet doen van aangiften van de eigen vennootschap
Delen

Deze week hebben we in een zaak van ons kantoor bij de Hoge Raad voor een deel het gelijk gekregen. De Hoge Raad vernietigt het deel van de uitspraak waarin het gerechtshof cliënt heeft veroordeeld voor het opzettelijk niet doen van diverse aangiften in de vennootschapsbelasting van zijn eigen BV. Cliënt is namelijk niet de belastingplichtige en cassatie van de uitspraak was dan ook onvermijdelijk.

Aangifteplicht geldt alleen voor de belastingplichtige

De Hoge Raad zet in het arrest het kader nog eens uiteen. Artikel 69 lid 1 AWR stelt strafbaar ‘degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet’. Als pleger daarvan moet worden aangemerkt degene die tot het doen van aangifte gehouden is. Deze aangifteplicht kan slechts worden vastgesteld bij degene die tot het doen van aangifte is uitgenodigd als voorzien in artikel 8 lid 1 AWR. Dit is al geruime tijd de geldende leer, zo volgt ook uit de verwijzingen van de Hoge Raad naar eerdere jurisprudentie. Vrij vertaald komt het erop neer dat alleen de belastingplichtige zelf de pleger van dit delict kan zijn. Er is sprake van een zogenoemd kwaliteitsdelict.

Cliënt is een natuurlijk persoon en de aandeelhouder van de vennootschappen die zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte vennootschapsbelasting. Hij is dus niet de aangifteplichtige ook al is hij misschien verantwoordelijk voor de aangiften. Het vonnis van het gerechtshof kon dan ook niet in stand blijven.

Parallellen voor adviseur

De uitkomst van deze zaak is ook relevant voor adviseurs. Voor hen geldt evenzeer dat zij niet de belastingplichtige zijn en dus niet vervolgd kunnen worden voor het zelfstandig plegen van het niet doen van aangifte (voor hun klanten). Wel voor medeplegen, feitelijk leidinggeven en andere deelnemingsvormen. De Hoge Raad verwijst daar ook naar in zijn uitspraak. Dat is relevant, want voor die deelnemingsvarianten gelden andere en veelal zwaardere eisen. Zo moet er bij medeplegen bijvoorbeeld sprake zijn van een dubbele opzet bij de adviseur, gericht op de bewuste en nauwe samenwerking met de belastingplichtige én gericht op het medeplegen van het strafbare feit. Dat de fiscus in de toekomst juist extra streng naar gaat kijken naar de rol van de adviseur bij de aangiften, blijkt uit een recent bericht van Belastingdienst in het kader van verhuld vermogen. Zie hiervoor het artikel van Mark Hendriks.

Neem contact op

Raakt u betrokken in een zaak als deze of heeft u vragen, aarzelt u dan niet vrijblijvend contact met ons kantoor te zoeken.

Direct hulp nodig?

Onze advocaten schakelen snel en zijn direct bereikbaar.

logo beeldmerk