Nieuws

Het recht om getuigen te horen

Afbeelding voor Het recht om getuigen te horen
Delen

Het spreekt voor zich dat in rechtsstaat als de onze, een verdachte in een strafzaak alle rechten moeten hebben om getuigen te kunnen horen. Zeker die getuigen waarvan de verklaringen als bewijs tegen die verdachte zijn gebruikt. De praktijk blijkt vaak veel weerbarstiger. De ervaring leert dat de rechter in Nederland juist vaak naar mogelijkheden zoekt om verzoeken hiertoe zoveel mogelijk af te wijzen. Daar lijkt met een recent arrest (de zaak Keskin) van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een fundamentele verandering in te zijn gekomen. En terecht.

Getuigen a charge

Getuigenbewijs is vaak cruciaal in een strafzaak. Ook in een fraudepraktijk als de onze. Met alleen stukken, krijgt de Officier van Justitie een strafzaak vaak niet rond. De FIOD hoort dan bepaalde getuigen en legt dit verhoor vast in een proces-verbaal dat vervolgens als bewijs aan het einddossier wordt toegevoegd. Getuigenverklaringen ten nadele van de verdachte worden ook wel à charge genoemd. 

Hoge lat

Indien zo’n verklaring rammelt, wil je als verdediging die getuige aan de tand kunnen voelen. Het liefst onder ede om te voorkomen dat de getuige gaat liegen. Dat verzoek om een getuigenverhoor komt uiteindelijk bij de rechter terecht, ter beoordeling. Het was altijd vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat de feitenrechter van de verdediging in zo’n geval mag verlangen te motiveren waarom het van belang is voor de uitkomst van de strafzaak om de gevraagde getuige te horen. Indien de feitenrechter dan van oordeel is dat die motivering ontoereikend is, wordt het verzoek afgewezen. Het is frustrerend en teleurstellend te constateren, hoe (onredelijk) hoog de rechter de lat legt en hoe vaak vervolgens gemotiveerde verzoeken worden afgewezen.

De zaak Keskin

Op 13 januari van dit jaar deed het EHRM een belangwekkende uitspraak in een Nederlandse casus. De Hoge Raad nog had geoordeeld dat de heer Keskin onvoldoende had onderbouwd waarom hij nogmaals getuigen wilde horen die hem bij de politie hadden belast. Het verweer van de verdachte dat hij daarmee geen eerlijk proces had gehad, werd door de Hoge Raad zelfs als volstrekt kansloos afgewezen met een niet-ontvankelijkheid. Hoeveel anders besliste het EHRM. Het recht om getuigen a charge te kunnen horen moet volgens het EHRM worden voorondersteld. Dat betekent dat een verdachte helemaal niet hoeft te motiveren waarom hij een belastende getuige alsnog wil horen. Slechts bij uitzondering, mag aan het getuigenverzoek voorbij worden gegaan.

Grote ommezwaai

U kunt zich voorstellen dat dit nogal een ommezwaai betekent in ons procesrecht. Procesrecht dat met name lijkt te zijn ingegeven door efficiency: strafzaken kunnen relatief snel worden afgewerkt op basis van stukken, zonder ‘hinderlijke’ getuigenverhoren, waarbij grote waarde wordt toegekend aan de vastlegging door politie en FIOD in het proces-verbaal.  Maar het is nu niet langer meer ‘niet horen, tenzij’ maar ‘sowieso horen tenzij’. In de arresten van de Hoge Raad na Keskin, wordt dit nieuwe uitgangspunt bevestigd. Het is nu de vraag hoe de lagere rechters in de praktijk hiermee omgaan. Ik verwacht veel weerstand omdat de terughoudendheid tot het horen van getuigen, diep zit genesteld in het DNA van de rechters in Nederland. Toen ik recent een strafrechter verzocht om FIOD-ambtenaren te horen als getuige omdat ik gerede twijfels had bij hun optreden, ondervond ik dat weer aan den lijve. Het verzoek werd afgewezen.

Ook in fiscale zaken

Rechtspraak van het EHRM is niet rechtstreeks van toepassing op fiscale procedures. Tenzij er boetes in het spel zijn. Met name ook in fiscale zaken is mijn ervaring dat rechters weinig tot geen behoefte hebben aan het horen van getuigen. De lat wordt daar nog hoger gelegd. Te veel gedoe bovendien voor de fiscale rechters, want de skills tot een goed getuigenverhoor ontbreekt hen. Ook in die praktijk moet met het arrest van Keskin in de hand verandering komen. Daar liggen voor ons kantoor grote uitdagingen. Zoals AG Spronken bij de Hoge Raad het treffend verwoordde kan het arrest Keskin worden vergeleken met een orgaantransplantatie in ons systeem. Afstoting is daarbij de eerste primaire reactie. Maar op een bepaald moment komt het besef dat de transplantatie onontbeerlijk is. Dan volgt uiteindelijk acceptatie. In zoverre zien wij de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Direct hulp nodig?

Onze advocaten schakelen snel en zijn direct bereikbaar.

Bel: +31 (0) 85 006 2222
logo beeldmerk

Gerelateerd nieuws

Nieuwsarchief